stadsboerderij caetshage

biologisch met zorg



de geschiedenis van caetshage

Dat het terrein van Stadsboerderij Caetshage al in de Romeinse tijd (van 50 voor Christus tot 400 na Christus) bewoond was, werd duidelijk tijdens de opgravingen die daar zijn geweest. Er werden eenvoudige graven (kuilen eigenlijk) gevonden, met daarin verschillenden schalen, kruiken, flesjes, munten en een fibula (gesp van een mantel).

 

In de 12de eeuw stond er een versterkte woning. Versterkt wil zeggen dat het huis verdedigd kon worden tegen aanvallers. Dit huis was gebouwd ongeveer op de plaats van de huidige kasteeltuin, op een aangelegde verhoging (een 'motte') en omgeven door een brede gracht. Rond 1300 werd de motte vervangen door een klein vierkant kasteel van baksteen, waar een ringvormige muur van één meter breed omheen werd gebouwd. En als extra verdediging kwam er een tweede gracht! De stenen van dit kasteel werden gebakken in een veldoven, waarvan de restanten op het terrein van Caetshage gevonden zijn.

Wapen van Kaetshage

 

Opgravingen op Caetshage


groot landgoed

Het kasteel was in die tijd eigendom van Gijsbert van Kaets. Door zelf slim te trouwen en later zijn dochter Mabelia verstandig uit te huwelijken, ontstond er een heel groot landgoed.

 

Mabelia was getrouwd met Willem van Buren. Omdat Willem geld nodig heeft om oorlog te voeren tegen de hertog van Gelre, verkoopt hij het kasteel en het land. Daarna wordt het verschillende keren doorverkocht, totdat het in handen komt van Gerrit. In 1449 valt Gerrit de stad Culemborg aan. Waarschijnlijk is toen door een tegenaanval het kasteel verwoest. 

besloten caetshage

In de eeuwen daarna kent het terrein vele eigenaren. In 1514 was het van vrouwenklooster Mariënkroon. Het land wordt steeds verder opgedeeld: van de 16 morgen die de Heerlijkheid Kaetshage ooit groot was, blijft uiteindelijk 6 morgen over. Dit wordt 'besloten Kaetshage' genoemd: het ligt ingesloten tussen het riviertje de Meer en de Lanxmeerseweg (nu de Rijksstraatweg).

 

Hoe het kasteel er ooit exact heeft uitgezien, blijft gissen. Op de plek waar het ooit stond, zijn nu de contouren door een laag muurtje en cirkelvormige beplanting aangegeven.


Kogelpot - rond 1300

Kookpot zonder glazuur en zonder voetjes

 

Klokje - rond 1600

Gevonden op het Heilige Land

Vaasje of beker - rond 1300

Steengoed uit Duitsland

Gevonden in de greppelsloot

Tuitpot - 1125 - 1175

Witte klei uit Ardenne (Maasvallei) met loodglazuur

Gevonden in de greppelsloot 


toelichting bij expositie van joost vahl: tastbare geschiedenis

Er is werkelijk van alles te vinden op de velden rond de Stadsboerderij Caetshage. Samen in een emmer of plastic zak is veel “onbetekenend” stadsvuil van vroeger verzameld. In 2003 probeerde ik deze “rommel” door ordening heel bijzonder te maken. Elk gevonden stukje scherf of elk voorwerp heeft een geschiedenis en is het bekijken waard. Door tegels met erop een rasterpatroon te maken, ontstaan vakjes waarin een gekozen object bijzonder wordt. De tegels samen vormen een verzameling vondsten. Behalve de zes tableau's die in de kapschuur hangen, zijn er meer carré's van telkens vier tegels. 

 

Naast spul van na de Tweede Wereldoorlog vond ik in de grond op de akkers rond Caetshage ook scherven uit de Romeinse tijd (2e en 3e eeuw), scherven van Ardenne-Maasvallei-potten (omstreeks 1175), kogelpotten in duigen (12e en 13e eeuw), steengoed van omstreeks 1275 en scherven van een waterkan rond 1425. Deze scherven waren onderdeel van grote potten. Dit soort grote potten (zie foto's hierboven), ook uit de 11een 12e eeuw, zijn al jaren -gerestaureerd- te zien in het museum in de Kasteeltuin aan de Lange Meent. Dat museum is in de zomer open op zaterdagmiddagen. 

  

KLIK OP DE AFBEELDING VOOR EEN GROTERE FOTO.

 

TABLEAU 1

 

Linksboven: ZWOELE ROMANTIEK

Aan de rechterkant zit in het midden een dun en lang loden drukblokje. Er zitten piepkleine lettertjes in spiegelbeeld op. Bij afdrukken staat er “zwoele romantiek maar het...”. Verder onderdelen van een mondharmonica en een trekharmonica en ander koperwerk. Aan de linkerkant zie je injectieampullen en -spuit.

Bovenaan: beweegbare duivenringen uit Nederland en België, beslag van koper, een sleutel, een draaiknop, een noodstopknop. In het midden zie je de ijzeren ACHTERKANT van een Tiger 1618 spaarpot. De spaarpot was een mini-kacheltje van bruin emaille aan de voorkant. Een spaarreclamecadeau bij de aankoop van de grote Tiger 1618 kolenkachel. De cent en halve cent ernaast gingen in de spaarpot. Idee was: sparen voor kolen. De achterkant kon met een sleutel open.
Onderkant: de opgerolde loodstrip is iets uitgerold. Daarnaast een ophangbeugel van koper voor een gordijnbuis, een ring, raderwerk klok. Deurklinkbeslag en koperen bodem van doosje.

 

Rechtsboven: ZOYA + SPEELSPUL

Linksonder: Japanse soja werd lang in porseleinen flesjes verkocht. Die flessen waren gewoon verpakkingsmateriaal, weggooispul, maar mensen spaarden ze als vaasjes. Zelfs hele oude sojaflessen zijn zo bewaard gebleven tot ze sneuvelden en stadsvuil werden. Onderaan de fles is rechts nog net een C te zien. Er stond daar CPD zoals linksonder. CPD betekent COMP PADOOR DECIMA. Dit is de naam van de Nederlandse handelspost in Japan (bij Decima viel de tweede atoombom van de Amerikanen). De scherven zijn zeer oud.

- Rechtsboven zie je een schoentje van een CINDERELLA pop nr. 2 uit Engeland. Verder knopen en een slopenknoop die verwijderbaar was, een dominosteen van been en vier stuiters.

- Rechtsmidden: grote knikkers van gresklei en een stenen bouwsteen uit een bouwdoos.

- Middenonder: een blauwstenen dakje en het poppenspeelgoed.

- Rechtsonder: een poppenservies van porselein met magneetbloemetjes van plastic.

De asbak in het midden is voor twee sigaren of vier sigaretten die nog branden. De acht gaten zijn doofgaten. De asbak werd soms als vlooienpot gebruikt bij een vlooienspel met plastic of benen vlooien. Bijzonder: Het dekseltje in blauwwit past op en bij de pot eronder. Een romantisch wonder dat ze in de akkers rond Caetshage weer samenkomen

 

Linksonder: BEELDJES en AFBEELDINGEN in vakjes

- Linksboven: mannen in het landschap, rechtsboven dames in de bergen.

- Midden een Chinese dame bij een tempelhek, links details van hetzelfde motief

- Onder: het kapotte, maar wel romantische boerenleven in porselein

 

Rechtsonder: DRANKRESTEN

- Linksboven: kapotte rest van een geslepen stop van een stolpfles. Na puzzelwerk gevonden: AIR & CALDER BOTTLE Co., een vooroorlogse glasfabriek in Castleford, London. Rechtsboven net zo’n deksel met geslepen rand

- Linksmidden: vier zegels AVH op jeneverflessen van de glasfabriek Antony van Hoytema. De fabriek stond tot 1911 achter de Veerweg.

- Boven & beneden allemaal porseleinen sluitdoppen van pilsflesjes van Antony van Gelder Culemborg.

TEEKEL & Co Leerdam. Dijkstra’s Drankindustrie Amsterdam.

[NOOT JV: bierflessen werden omgesmolten bij van Hoytema, de onbruikbare koppen van de beugelflessen werden weggegooid]

Rechtsonder: 2 geslepen stoppen en aluminium deksel. Blauwe aluminium schroefdop LUXAN. 

 

TABLEAU 5

 

DE DAMES VAN CAETSHAGE hebben bijzondere ogen van stuiters. Eén dame heeft ogen onder glaskapjes (wijnglazen) en er zijn overal streepjes glas (de tegel hangt rechts bij de rastertegels).

 

Een andere dame heeft haar of een versiering van een uit elkaar getrokken, als bundeltje gevonden stuk koperdraad. Er is oud en modern glas dat telkens op de akkers te voorschijn komt. Genoeg voor nog meer DAMES.

 

TABLEAU 7

 

 

 

Linksboven: GLAZEN VOETEN in wit cement

Al het gevonden glaswerk is kapot. Wijnglazen braken op de steel en de kelk. De voet bleef heel. De rondjes komen veel voor. Ik verwerkte ze in een patroon met extra zwart-wit tegeltjes en stuiters.

 

Rechtsboven: FLESSEN

Flesjes zijn soms nog net als zodanig herkenbaar. Het is grappig met scherven “nieuwe” flessen samen te stellen. De indeling in drie stroken met stuiters helpt de herkenbaarheid.

 

Links- en rechtonder: SPELEN met ordening

Er zijn zóveel voeten en bodems, dat er verschillende indelingen gemaakt kunnen worden.

 

TABLEAU 8

 

Linksboven: SFINX

Op de onderkant van de potten staan soms fabrieksmerktekens. Er zijn veel namen Petrus (P) REGOUT met de SFINX aardewerkfabriek uit Maastricht. Ook de Société Céramique met de LEEUW en andere merken liggen op de akkers.

 

Rechtsboven: ZALFPOTTEN

Allemaal bodems van zalfpotjes van voor 1950. Als extra voor een ordening zijn er vier blanco bovenkanten van bierfles doppen gebruikt. De beugelflessen hadden porseleinen  sluitsystemen. Zie ook de rode teksten op de twee extra bierfles doppen.

 

AJ Rakker                                             Leerdam

Glasfabrikant                                      JEEKEL & Co

J.H. Thone & Co                                  Amsterdam

Amsterdam                                         Rotterdam

 

Linksonder: FORD en borrels

Oude -voor 1945- verchroomde wieldop, verwerkt in een patroon van borrel glaasjes op z’n kant. Goed is het systeem van zeer dikke bodems te zien. Veel glas betekent minder jenever voor de gast.

 

Rechtsonder: FLESJES

 

Nog een keer allemaal “in elkaar gezette” flessen en zelfs nog twee gave exemplaren met zilverpapier erin.

 

TABLEAU 11

 

Linksboven: TULPTEGELS

16e eeuwse dikke tegelscherven, meest blauw. De tulp was toen een exotische zeer kostbare plant die in zijn geheel met bol enal werd weergegeven. Op de hoeken van de tegels staan in verschillende vormen Franse leliepatronen. Vier van die lelies bij elkaar geven een extra markante tekening op de wand.

 

Rechtsboven DELFTS BLAUW

17e eeuwse dunne Delfts-blauwe tegelscherven met alle mogelijke (thematische) tekeningen:

– speeltegels met spelende kinderen,

– ruiters en landschappen,

– kerken en zelfs een kasteel met schepen.

Leuk is het vierkante restje met een popperig piepklein interieur met dame. De hoekversieringen van de tegels zijn sierlijk en vormen op de wand een telkens weerkerend patroontje.

 

Linksonder: IJZER  in beige beton (zie ook Tableau 2)

De ring of kort pijpje in het midden gaat helemaal door de tegel heen. Bovenin zitten oude en nieuwe krammen en één kapotte schakel van een ketting. Onderin zitten een rij nagels; een deel van een mes en stukken van beitels.

 

Rechtsonder: ZAAG

Een heel grote zaag met tussen de tanden moderne krammetjes. Verder zijn er allemaal gesmede nagels en in de hoek een ijzeren handvat. Bovenin zit een haakje dat voor een sluitsysteem in een oog moet vallen. Er zijn een hangslot, krammen, ringen en een stuk ketting. 

 

TABLEAU 13

 

Linksboven: BOLLE OGEN

Borrelglaasjes met erin gekleurde stuiters zijn in het beton gedrukt. Het zwarte (donker groene) glas komt uit de voormalige flessenfabriek van A.van Hoytema aan de Veerweg.

 

Rechtsboven: NEUS

De neus is een lange hals van een antieke bolbuik wijnfles. Een oog is de kop van een grote mandfles. Smeltglas, onder de mond bij de stuiter, komt ook uit de van Hoytemafabriek.

 

Links- en rechtsonder: MEER GEZICHTEN

Er is zóveel glas gevonden dat de gezichten vanzelf tevoorschijn komen. Eén TAPS met SIK en één BREED en BOL.

 

TABLEAU 14

Onder: RASTERPATRONEN EXPO

- rechts boven

Scherven van chocoladekommen met een lichtblauw rasterpatroon (groot en klein) in reliëf aangebracht.

- rechts midden

Kobaltblauwe meandervorm en kobaltblauw aardewerk. Blauwe tekeningen van planten en bloemetjes.

- rechts onder

Samengestelde porseleinen potjes in wit, met kobaltblauwe versieringen.

- links boven

Allemaal smalle strookjes van vooral kapotte “oren”. Linksboven zit een poppenhuis-kannetje, waarvan het oor is afgebroken en niet in de grond is teruggevonden.

- links midden

Veelkleurige bloemmotieven. Bijzonder is rechtsonder in dit vak; een blauw schip bij een Chinese tempel (heel klein allemaal).

- links onder

Weer porseleine vaasjes met een versleten beschildering met planten en vogels. De vaasjes zijn waarschijnlijk 18e eeuws en waren luxe voorwerpen.

- midden boven

In dit vakje zit een opengewerkt porseleinen deel van een schaaltje. (De gaatjes zijn vierkant in een raster) Er zijn ook scherven met een molen en een huisje te zien.

- midden onder

Met kleine vierkante spiegeltjes is het telkens gebruikte rasterpatroon getoond. In zo’n patroon met vakjes worden onbeduidende vondsten extra bijzonder gemaakt. 

TABLEAU 2

 

IJZERWERK ligt overal op het land. Resten van machines, gereedschappen, kachels of bouwmateriaal. Sommige vondsten zijn in met oker gekleurd beton vastgezet. Let op de ‘’ogen’’ in een tandwiel of de stuiters die helemaal door de tegel heen gaan. De handgesmede nagels kunnen van de bebouwing op Caetshage zijn geweest.

 

TABLEAU 3

 

Rechtsboven: MEDISCH GLAS

Er waren flesjes voor kleine tot grote hoeveelheden drankjes: 5, 10, 20, 30 cc etc. Er zijn zelfs flessen van 1 liter (1000 cc). De flesjes werden afgesloten met een kurk of rubber stop en daarover ging een stukje doek dat met een touwtje aan de fles werd vastgezet. Vandaar steeds het speciale randje aan de flessenhals. 

 

Rechstonder: PIJPEKOPPEN EN -STELEN

Vroeger rookte men tabak in stenen pijpen met een heel lange steel. De pijpen die van wit steengoed werden gemaakt, waren erg breekbaar. Hoe kleiner de kop, hoe ouder de pijp (tabak was eerst heel duur). Bijna elke pijp heeft een fabrieksmerkje dat vlak achter de kop was ingeperst.

 

Linksboven: FLESSEN

Heel veel glasresten zijn te ordenen in de vorm van fantasieflessen. Bruin glas werd ook gebruikt voor middeltjes tegen kwalen. Om ze luchtdicht te kunnen afsluiten, werden ingeslepen doppen (stolpen) gebruikt. Openen en weer goed sluiten was zo mogelijk. De binnenkant van de ingeslepen hals en de geslepen stop pasten precies. Hier is verder een porseleinen stop met 48 erop te zien. 

 

Linksonder: KRUIKEN EN FLESJES STERKE DRANK

“Gres” is met hoge temperatuur gebakken klei uit Duitsland. De kruiken werden met de hand op een draaitafel gemaakt. Ze kregen vaak oren en specifieke versiering en merkjes. De kruiken zijn net als glas geschikt voor het bewaren van vloeistof. Er is bruin en grijs gres. Reliëf werd met fel blauw beschilderd. Nu zie je wel hele potten van gres die als zoutpot worden gebruikt. Mensen verzamelen ook dit soort kruiken en potten.  

 

TABLEAU 4

 

BLEEKGEZICHTEN: wittig en geoxideerd glas geeft een verbleekt effect. Dit soort flessenglas en vensterglas ligt overal.

 

TABLEAU 6

 

Linksboven: DE DAME (zie tableau 5)

 

Rechtsboven: MERKTEKENS in grijs cement

Op porselein en glas zijn merktekens en soms namen te zien. Vaak geeft een getal de inhoudsmaat van de fles aan. Soms zijn er fabrieksmerken te zien. Antony van Hoytema’s familie bezat een jeneverfabriek aan de Lek bij de haven. De fabriek sloot vlak voor de Eerste Wereldoorlog. Overal in Culemborg zijn nog glasresten van de groene jeneverflessen te vinden. Soms met een glazen “zegel” met AVH of soms met namen en merktekens. De jenever ging via de Lek de hele wereld over. In het museum van het Weeshuis zijn de hele flessen en gereedschap uit de “hutten” of ovens te zien. De hutten stonden in het Veerweggebied.

 

Linksonder: GETALLEN EN AANTALLEN

Drie knoopjes met elk vier gaatjes, één porseleinen dametje met hoed, een gesp met drie tanden, een soort grote vingerafdruk met veel lijnen die op een punt uitkomen (het is de bodem van een jeneverkruik die met een draad is losgesneden van de draaischijf), eierkool met drie strepen en een kool met twee inkepingen als merk, een potscherf met een romeinse VIII, een stuk been, een benen borstel met 21 gaatjes voor haar, vier stukjes vensterglas uit de 18e eeuw, een tand, een pijpenkop en een rijtje bijzonder zwart aardewerk met randen.

 

Rechtsonder: BIJZONDERE OBJECTEN
Veel knopen en knoppen, een tand met wortel eraan, een tandrad van koper, hals van een romeins flesje en een koperen buisje, een onderdeel van een uurwerk, een porseleinen geitje, een fietsbel van de firma A. Teljaar uit Culemborg, oud geslingerd vensterglas en een zinken bevestigingsstrip met twee keer vijf spijkergaatjes.

 

TABLEAU 9

 

Boven: POPPEN

Met heel divers gekleurd sierglas zijn zes wonderlijke poppen gemaakt. Veel gietglas -in pastelkleurtjes- met randen en ribbels. Vaak werd dat glas voor drilpudding (gelantine pudding) vormschalen gebruikt.

 

Onder: INSECTEN

De prachtige gekleurde- en bijzonder gevormde scherven waren geschikt voor vlinders en andere beesten. De doorzichtige bodem van een oude asbak is gegoten met aan de onderkant  een stervorm. (rechtsonder) De lijven van twee insecten zijn de massieve knoppen van groene dekschalen geweest.

 

 

TABLEAU 10

 

Linksboven: INSECTEN en BLOEMEN

Als extra na de vorige beesten is er een ordening zonder rasterlijnen met bloemen erbij.

 

Rechtsboven: GRES uit Duitsland

Dit steengoed werd gebruikt voor waterdichte kruiken, kannen en zoutpotten. (Keulse potten) Het is hardgebakken klei en komt in twee kleuren voor. De grijze en bruine kruiken hadden oren, die je overal op de akkers vindt. Bekend zijn “baardman kruiken” met voorop een reliëf van een verwilderde man. Het aardewerk is vaak bijzonder beschilderd met kobaltblauw glazuur. Soms zijn er extra versieringen in reliëf in de natte klei gedrukt. Zie rechtsboven en middenonder op deze tegel; halve rondjes.

 

Linksonder: PLASTIC en VERZORGING

Tandenborstels en een uitgerolde turquoise tube tandpasta. Stukken van plastic kammen naast hakken uit de stad liggen in de klei. Moderne sporen met ergens linksboven het lichtblauwe dopje van een ballpoint. De pen is weg.

 

Rechtsonder: HAKKEN

Hakken lieten los zelfs als ze aan de schoenen en laarzen zijn vastgenageld. Ik zet ze opnieuw met spijkers vast in beton.  

Voetsporen van lang geleden.

 

TABLEAU 12

 

Linksboven: BEENDEREN

Doorgezaagde mergpijpen voor de soep en verder bovenin een rijtje botten met scharnier uiteinden (gewrichten). Er is een korte “bikkel” met twee scharnieren, waarmee vroeger gokspelletjes werden gespeeld. Er zijn lange ledematen. Het bruine bot in het midden is keihard en zeer oud.

 

Rechtsboven: GEBITTEN

In het midden zit de kaak met tanden van een zwijn. De lange kiezen op z’n kant, zijn van herkauwers en paarden. De bovenste rijen tanden en kiezen hebben kauwvlakken. Er zijn tanden en kiezen met de wortels in het kaakbeen.

De kleine kies is van een mens.

 

Linksonder: BEKERMEISJE

Het gezichtje met een mooie kap is gemaakt van een kapotte koperen beker. De bekerwand had drie strepen met bovenaan een omgevormde bekerrand en onderop een omgezette bodem. De stuiters en de gekleurde glasdruipsels zijn toegevoegd.

 

Rechtsonder: HET TURQUOISE GEZICHT

 

Het hoofd is gemaakt van randen van soepborden. De neus is een porseleinen theepottuit en de mond een antieke hals van een fles. Verder is er antiek vensterglas, plat en op zijn kant, in het beton gelegd.

 

TABLEAU 14

Boven: STOPPEN en ELECTRA

Zeer oude en moderne porseleinen stoppen uit meterkasten in de stad liggen overal. Het witte materiaal valt op in de omgeploegde grond. Er  zijn: schakelaars, stopcontacten en zelfs stekkers van porselein.

Zoek ook de kleine mooi afgeronde  “isolator” met een gat waar het koperdraad met electriciteit aan de ene kant, vastzat aan een spanningsloze draad aan de andere kant.

 

Onder: RASTERPATRONEN EXPO

Vakjes van 10x10 cm. worden systematisch opgevuld met interessante vondsten. Uitleg zie linkerkolom.


Foto's: Claudia Otten